lettergrootte kleiner lettergrootte groter
 

Onderzoek deelname vaccinatie HPV in Twente

Let op: opent in een nieuw venster PrintE-mail

In maart 2009 is gestart met het vaccineren van meisjes tegen het Humaan Papilloma Virus (HPV).Het HPV-virus is de belangrijkste oorzaak van het ontstaan van Baarmoederhalskanker. De start van het programma ging gepaard met tegenstrijdige berichten over het nut, noodzaak en veiligheid van de vaccinatie. De landelijke opkomst bij de eerste vaccinatieronde was 49%, terwijl de minister van VWS een opkomstpercentage van 70% had beoogd. Twente stak hier ongunstig tegen af met een opkomst van 36%.

GGD Regio Twente wilde inzicht krijgen in de besluitvorming van ouders en wat de redenen waren voor ouders om hun kind wel of niet te laten vaccineren tegen HPV. Daarvoor heeft ze in het voorjaar van 2009 een vragenlijstonderzoek uitgevoerd.

 

Wie deden er mee?

Vanaf 2010 worden 12 jarige meisjes gevaccineerd. De eerste vaccinaties in het voorjaar van 2009 betroffen een 'inhaalronde' onder 13-16 jarigen. Om de informatie in de toekomst te kunnen gebruiken zijn ouders van 13 jarige meisjes (uit Twente) gevraagd om mee te doen aan het onderzoek. In totaal zijn er 800 vragenlijsten verstuurd na de eerste vaccinatieronde. De vragenlijst is aan de ouders gestuurd omdat vaccinatiegedrag van meisjes (in deze leeftijd) voor een groot deel wordt bepaald door ouders.

 

Resultaten

Van de 800 vragenlijsten werden er 371 (46,4%) geretourneerd. Van de geënquêteerden had 39,4% deelgenomen aan de vaccinatie tegen HPV. Dit verschilde niet sterk van het opkomstpercentage in de regio Twente (35,8%). Ruim 60% van alle ouders vond het moeilijk om een beslissing te nemen over deelname aan de vaccinatie. Vooral ouders van niet-deelnemers vonden dit lastig. Ook had nog een relatief grote groep ouders (30%) nog geen definitief besluit genomen over deelname aan de volgende vaccinaties (voor een goede bescherming zijn drie vaccinatie nodig).

De officiële informatie (van het ministerie en GGD) werd door 39% als onvolledig en door 18% als onbetrouwbaar beoordeeld. Vrijwel alle ouders (85%) is ook zelf op zoek gegaan naar extra informatie

 

Wel of niet meedoen

De veronderstelde onveiligheid van het vaccin en de onzekerheid over (ernstige) bijwerkingen waren belangrijke redenen om niet aan de vaccinatie mee te doen. Daarnaast speelde twijfel oer de effectiviteit van het vaccin een rol. Naast deze overwegingen speelt geloofsovertuiging een beperkte, maar significante rol.

Opvallend was verder dat de praktische belemmeringen nauwelijks een rol spelen. Het gaat dan om het feit dat er drie vaccinaties moeten worden gehaald, de afstand tot de priklocatie en gevolgen van het prikken zelf (pijn, angst en mogelijk een rode arm).

 

Verbeterpunten

Uit het onderzoek is naar voren gekomen dat ouders beter betrokken moeten worden bij de uitnodiging en voorlichting voor de vaccinatie. Ook wordt duidelijk dat de informatie moet worden verbeterd. Hierbij moeten niet alleen de voordelen van het vaccin worden belicht, maar ook de mogelijk negatieve kanten.

 

Vervolg

Na vaccinaties onder 13-16 jarigen zou het normale programma voor meisjes van 12 jaar vanaf september 2009 starten. Door de Nieuwe Influenza A (Mexicaanse griep) is deze campagne uitgesteld tot het voorjaar van 2010.

De landelijke overheid heeft de voorlichting over de vaccinatie tegen HPV op veel punten aangepast. Uitgangspunt blijft dat de voorlichting is gebaseerd op feiten en wetenschappelijke kennis, echter er komen meer meningen en aspecten aan bod. Voor meer informatie zie www.prikenbescherm.nl.

 

HPV: Humaan Papilloma Virus

Het Humaan Papilloma Virus kent meer dan 100 verschillende vormen. Vrijwel alle vrouwen die ooit seksueel contact hebben gehad, raken besmet met het HPV virus. In de meeste gevallen merken ze daar niets van, bij sommigen leidt dit vele jaren later tot baarmoederhalskanker. Per jaar krijgen 600 vrouwen de diagnose baarmoederhalskanker. Ongeveer 200 vrouwen per jaar overlijden aan deze ziekte. Tot nu toe kon baarmoederhalskanker alleen vroegtijdig worden opgespoord met behulp van een uitstrijkje. Hiermee kan slecht een deel van alle baarmoederhalskanker vroegtijdig worden behandeld.

 

Meer informatie

Het onderzoek is gepubliceerd in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde:

Ned Tijdschr Geneeskd, 2010; 154: A 154